Wanneer jongeren een verlies van dichtbij meemaken verandert er nogal wat in hun leven. Alles wat vanzelfsprekend was, is dat niet meer. Het vertrouwen in het leven kan beschadigd zijn.

Hierdoor kan hij/zij meer op zijn hoede zijn, bang om meer te verliezen. Wanneer dit een lange tijd duurt kan hij/zij zichzelf verliezen en niet meer weten wie ze werkelijk zijn.

 

Juist in de pubertijd waar jongeren zoveel veranderingen ondergaan, is een overlijden van een ouder of andere dierbare een groot probleem. De normale ontwikkeling van loskomen van de ouder(s) wordt verstoord. Ze willen niet anders zijn dan hun omgeving en toch is er iets gebeurd waardoor ze geen aansluiting hebben bij hun leeftijdsgenoten. Op school kunnen ze zich prettig voelen omdat ze dan niet met het verdriet geconfronteerd worden, of ze voelen zich juist eenzaam. Alle signalen en gedragen die hieronder genoemd worden zijn normale reacties. Men hoeft zich hier niet direct zorgen over te maken. Pas wanneer het langdurig aanhoudt en de ontwikkeling van de jongeren verstoord, is het raadzaam om hierin ondersteuning te zoeken. Wanneer jongeren geen raad weten met hun rouw, kunnen ze lichamelijke en psychische klachten krijgen (zonder een medische oorzaak). Het verdriet zit opgesloten in hun lijf. Wat je soms ziet is dat ze hun problemen parkeren en pas op volwassen leeftijd hier naar kunnen kijken.

 

Jongeren reageren verschillend op verlies en rouw. Soms is het niet duidelijk of het bij de leeftijd hoort of dat het reacties zijn van de verdrietige gebeurtenis zoals een overlijden, scheiding of ziekte.

 

De volgende reacties kunnen zich voordoen:

  • Lichamelijke klachten: het lichaam verwoordt de gevoelens door buikpijn, misselijk of hoofdpijn, zonder dat er een medisch oorzaak voor te vinden is.
  • Terugtrekken: ze kunnen zich onzeker voelen en vinden het soms moeilijk om een relatie aan te gaan.
  • Wisselend gedrag: een jongere kan meestal niet lang achter elkaar rouwen. Daardoor zie je een afwisseling van normaal gedrag met ineens weer intens verdrietig kunnen zijn.
  • Concentratiestoornissen: de jongere heeft geen ruimte voor de school/studie. Vaak zie je verminderde schoolprestaties. Het vervullen van opdrachten kan de grootste moeite kosten.
  • Schuldgevoel: jongeren kunnen denken dat zij de schuld zijn van het overlijden/scheiding/ziekte, door dingen die ze wel of niet gedaan hebben. Ze kunnen zich afwijkend gedragen omdat ze denken dat ze straf verdienen.
  • Explosieve emoties: de emoties van jongeren komen veel heftiger naar buiten dan bij volwassenen, zoals heftige angst, woede aanval en intens verdriet. Soms is een jongere bang om deze emoties te uiten. Dan worden deze emoties in het lichaam opgesloten. Ook zie je wel eens dat er gezocht wordt naar verdoving, door drank of drugs om de pijn maar niet te voelen.
  • Rol overname: jongeren kunnen zich verantwoordelijk gaan voelen binnen het gezin, het zorgen voor de ouder/broertje/zusje. Onbewust neemt een kind de ouder(s) in bescherming, omdat ze al zoveel verdriet hebben. daarmee zetten ze hun gevoelens vaak opzij en stellen ze hun rouwreactie enigszins uit. Het uitgestelde rouwgedrag komt pas als er weer een basis van veiligheid binnen het gezin is.
  • Angst voor de toekomst: de angst om meer mensen te verliezen is sterk aanwezig. het aangaan van nieuwe relaties kan soms moeilijk verlopen.