· 

De ontwikkeling van een kind met betrekking tot rouw

Kinderen reageren verschillend op rouwsituaties. Dit komt door hun leeftijd en ontwikkelingsstadium. In deze blog geef ik informatie over hoe kinderen op rouw reageren in diverse leeftijdsfasen. 

 

Eerste levensmaanden:

Kinderen in de eerste maanden van het leven huilen als ze hun verzorging missen. Maar goede vervanging sust deze reacties zeer snel.

 

4 tot 5 maanden:

Vanaf de leeftijd van 4/5 maanden tot 2 jaar vertonen kinderen een onbehagen wanneer ze de moeder of vertrouwde ouderfiguur missen. De afwezigheid kan worden veroorzaakt door de dood of door het feit dat de moeder of andere vertrouwde ouder figuur zo in beslag is genomen door verdriet dat hij/zij niet meer op dezelfde wijze reageert op het kind. 

 

2 tot 5 jaar:

Vanaf 2 tot 5 jaar verschillen de reacties van rouwende kinderen niet zoveel met de reacties van hun ouders. Dat terwijl de kinderen de capaciteit midden hun gedachten, gevoelens en herinneringen in woorden uit te drukken. Omdat andere het verdriet van kinderen maar af en toe zien, denkt men vaak dat kinderen niet geraakt zijn door het verdriet. 

In het begin begrijpen kinderen het verlies niet volledig en stellen de allerlei vragen. Later vertonen jonge kinderen vaak een vorm van verbijstering en tonen ze regressief gedrag; zoals aan de rokken hangen en veel om aandacht vragen. Ze vragen voortdurend naar het waarom, wanneer de overledene terugkomt en wat hij doet. Ze kunnen opstandig reageren omdat ze verlaten werden. Deze opstandigheid kan zich richten op de overledene maar ook op de overblijvende ouder die zich opsluit in zijn/haar verdriet en niet in staat is de kinderen de nodige zorg te geven. 

 

5 tot 8 jaar:

kinderen van 5 tot 8 jaar begrijpen de dood en de implicaties hiervan beter, hoewel nog niet op een volwassene niveau. Ze zijn zeer kwetsbaar omdat ze het verlies begrijpen, maar nog niet de mogelijkheden hebben om hiermee om te gaan. 

Ontkenning is vaak de eerste verdediging. Ze doen alsof er niet is gebeurd. Ze verbergen hun gevoelens om niet 'baby-achtig' over te komen. Vaak huilen ze in stilte. Ze zijn innerlijk geraakt door het verlies, maar het komt niet steeds tot uitdrukking in uiterlijk gedrag. Dit heeft vaak tot gevolg dat volwassen kinderen van deze leeftijd niet de zorg en ondersteuning geven die ze nodig hebben. Kinderen hebben immers uitdrukkelijke toelating en steun nodig om hun verdriet te durven uiten. Men moet hen hiertoe herhaaldelijk uitnodigen zodat ze kunnen praten over hun gevoelens in een vertrouwelijke relatie. Ze moeten zich veilig genoeg voelen om hun onbehagen en hun droefheid toe te laten. 

 

8 tot 12 jaar:

Kinderen van 8 tot 12 jaar zijn niet meer zo afhankelijk maar hun onafhankelijkheid is nog heel fragiel. Het sterven van bijvoorbeeld een ouder roept hun innerlijke kinderlijke gevoelens weer op, maar er is een sterke neiging om deze te verbergen en een façade van onafhankelijkheid op te bouwen. Opstandigheid die zich uit in een algemene prikkelbaarheid is evidenter omdat het krachtiger aandoet dan de kinderlijke afhankelijkheid. Het wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd als moeilijk gedrag. Kinderen riskeren dan vermaningen en sancties in plaats van ondersteuning en begrip. Kinderen hebben op deze leeftijd ook de neiging hun hulpeloosheid en pijn te ontkennen. Hierop kunnen ze reageren door dwangmatig voor anderen te zorgen, bazend en controlerend reageren, fobieën ontwikkelen of overdreven bezorgd zijn over hun lichaam en hypochondrisch worden (angst voor ernstige ziekten). 

 

12 tot 21 jaar:

Adolescenten voelen zich vaak zo hulpeloos dat ze zich willen terug trekken in de vroege jeugd waar ze het gevoel hadden beschermd te zijn voor de dood. De sociale verwachtingen dwingen hen echter zich volwassen te gedragen. Adolescenten zullen diverse volwassen reacties vertonen maar die worden vaak gecompliceerd door typische adolescentie problemen; de weerstand om met volwassenen te communiceren, overbezorgdheid of anderen hun reacties zullen ervaren, vervreemding van volwassenen en vrienden, gebrek aan kennis wat sociaal aanvaardbaar is en andere ontwikkelingsproblemen die interfereren met het  rouwproces, zoals problemen met afhankelijkheid en afstand, identiteit, hevige emoties en seksuele conflicten. Van tijd tot tijd kunnen de rijpingstaken eigen aan de adolescenten maken dat de rouwarbeid niet adequaat wordt voltooid.

Reactie schrijven

Commentaren: 0